Zoeken

Hoe samenleven in dit ikleven


Wat als we nu eens kei hard stoppen met zo kei hard voor onszelf te willen en moeten zorgen? De vrijheid van het individu doet de vrijheid van de samenleving teniet.


Levinas is een durver. Een niet-stoute dwarsligger die de hele filosofie die voor hem bedacht was, op z’n kop zette. Eeuwenlang had de filosofie tot dan toe het als zijn opdracht beschouwd om de wereld rond zich te leren begrijpen, vetrekkende vanuit het ‘ik’. En toen kwam hij, en hij dacht er Anders over. En die Andersheid, daarin zit het hem.


We leven in een tijd van me-time, zelfzorg. Zorgen voor onszelf als zoveelste taak op onze ‘to-do’ lijst. Oog hebben voor de zorg naar onszelf, afgrenzing van de zorg naar de Ander. Aangeraden door de Ander. Wat wil ik, wat vind ik belangrijk, waar wil ik naartoe in dit leven. Stress, lichte paniek bij niet weten wat die ik, van ons, wilt en verlangt en wanneer die ik te weinig ruimte lijkt te hebben. Als ons ik niet sterk genoeg voelt. Iedereen heeft dezer tijd te veel lasten te dragen, druk op het werk, druk met de kinderen, druk in de verbouwingen, druk met een vriend die sukkelt in het leven, vooral druk dus en zorgen. Druk en zorgen. Als we dat rondom ons zien gebeuren, dan is de raad steevast: zelfzorg. Zorg voor jezelf en de drukte zal minder druk voelen. Zorg voor jezelf en je komt er bovenop.


Wat als we nu eens kei hard stoppen met zo kei hard voor onszelf te willen en moeten zorgen? De vrijheid van het individu doet de vrijheid van de samenleving teniet.


De oplossing in het op-zijn van mezelf, in het niet vinden van antwoorden, in de knopen van het leven is niet het zorgen voor onszelf, het terugtrekken van het zelf. In de sauna, in het bad, alleen. Het zelf met het zelf. Levinas pleit voor het centraal stellen van de Ander. Het is een pleidooi om meer ruimte maken voor de Ander om onszelf te zijn. Het appel van de Ander die een appel doet op onze verantwoordelijkheid. De Ander kan mij ertoe brengen om de eigen zorg, voor het eigen zijn te vergeten. Het appel van de Ander centraal, en daarin ook de Ander die mijn appel centraal zet. De verantwoordelijkheid verschuift van mijn verantwoordelijkheid om vooral naar mezelf te kijken en voor mezelf te zorgen, naar de Ander, die mits dezelfde verschuiving tegemoetkomt aan een warmere samenleving.


Naast de betekenis die we kunnen vinden in de woorden van Levinas naar het samenleven, kunnen we deze ook doortrekken naar therapie en de rol van therapeuten.


Hoe hij het omschrijft lijkt het over de pure vorm van therapie te gaan, zoals wij therapeuten ons best doen om onze taak te kunnen invullen. De ontmoeting leegmaken van het ‘ik’, van het ‘ik’ - perspectief en ‘ik’- oordeel. Ontmoetingen in een tussenruimte waar het verhaal van de Ander tot ons kan komen. Maar ook de mens beschouwen van een menselijkheid, een subject, dat steeds een vreemde is. Dat niet gelijkstaat met objectiviteiten (bv. Diagnoses).


Het pleidooi van Levinas leert ons ook iets over de relatie tussen therapeut en client. De hulpverlening ervaart in het gelaat van de cliënt een verantwoordelijkheid dat van buitenaf op hem toekomt. Het appel van de Ander, op mij als therapeut is er een oneindig appel, dat zich zal tonen in elke mens die zich in mijn zetel zet. Dat appel kan en mag niet opgeheven worden door een harder werken, meer inspanningen doen. Het opheffen van dit appel kan de scherpte verstompen. En het is net in de scherpte van de verantwoordelijkheid dat wij therapeuten ons telkens weer de ogen openen voor de unieke Andere met wie we in gesprek gaan. In die zin is het een vruchtbare spanning van voortdurende oog voor verantwoordelijkheid. Levinas opent onze ogen door het kijken naar de Ander, het aan de kant zetten van ons ‘ik’ en de puurheid waarin deze twee verbonden kunnen worden.

51 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven